Erasmus Alumninieuws

“Mij kun je niets meer leren”

“Mij kun je niets meer leren” was vroeger een gevleugelde uitspraak onder commissarissen. In die houding komt echter snel verandering, mede onder invloed van de sterk toegenomen verantwoordelijkheden van de toezichthouder. De moderne commissaris is op zoek naar verdieping in zijn denken en schroomt niet meer om weer in de collegebanken plaats te nemen. Sinds de start van het Programma voor Commissarissen en Toezichthouders in 2005 hebben al meer dan 125 commissarissen in de collegebanken gezeten. Reden om de allereerste deelnemer, Chiel Vink, en de 125ste deelnemer. Michiel Hardon, te vragen naar hun ervaringen.

Als commissaris weer in de klas, is er veel veranderd?

HARDON: Het in de “klas” zitten was voor mij niet iets uit een ver verleden. Kennis vergaren vind ik essentieel. de wereld verandert zo snel. Daarom zit ik regelmatig in. en sta soms ook voor. de klas. Wat mij in dit programma zeer aansprak waren mijn medeklasgenoten, waar ik ook veel van geleerd heb. Ook vond ik de groepsgrootte van 16 personen net goed, daardoor was een inhoudelijke discussie goed mogelijk.

VINK: Ja. de groepsgrootte was uitstekend. Het waren gelukkig niet de hoorcolleges met veertig man zoals ik dat nog van vroeger ken. Door de kleine groep en intieme sfeer is er sprake van een heel interactieve vorm van leren. deelnemers en docenten delen in vertrouwen veel ervaringen met elkaar. Door de input op hoog niveau ging het leren veel verder dan nadenken over wat theoretisch gezien een Raad van Commissarissen zou moeten doen. Praktijkvoorbeelden van wat er werkelijk achter de gesloten deuren van de board room gebeurt van zowel deelnemers als docenten werden uitgediept. Dat gaat dus verder dan wat er ooit in de kranten staat. Vroeger was het onderwijs toch veel frontaler en eendimensionaler.

Die combinatie van theorie en praktijk lijkt goed te passen bij de Erasmus-slagzin “de universiteit voor denkers en doeners”

VINK: Klopt. De Erasmus Universiteit vind ik de meest “hands-on” universiteit. De link met het bedrijfsleven is van alle universiteiten bij de Erasmus het sterkst aanwezig, Ook bij dit programma was hel merkbaar dat de vraag vanuit het bedrijfsleven en de non·profitsector naar goed opgeleide, professionele commissarissen aanleiding was om het programma te starten. Grote plus van de opleiding vind ik dat de deelnemers commissarissen uit de praktijk zijn, je kunt je niet als 22-jarige als deelnemer inschrijven. de selectie aan de poort is uiterst nuttig.

HARDON: Een echt” Erasmus-gevoel” heb ik met overgehouden aan dit programma, maar dat komt misschien ook omdat ik in Amsterdam heb gestudeerd. Ook zit je in een overigens uitstekend. hotel op de spreekwoordelijke hei, en de topdocenten komen van verschillende universiteiten.

Zij zijn duidelijk geselecteerd als de besten op hun vakgebied. Wel ben ik lid geworden van de alumnivereniging van Commissarissen en Toezichthouders Erasmus, die twee keer per jaar terugkomdagen organiseert. En de onderwerpen die daar aan de orde komen zijn zeker voor denkers en doeners, zoals “de commissaris en ethiek” en pensioenen. Dus ik blijf betrokken bij de commissarissenopleiding, het is een leuk netwerk. Ik ben zelf overigens ook door iemand anders getipt, mijn voorganger bij een commissariaat stuurde mij de brochure toe. Het programma sprak mij direct aan, ik heb dan ook niet verder gezocht naar andere opleidingen. Als je de beide rollen die een commissaris heeft (klankbord en toezicht) optimaal wilt uitvoeren moet je weten wat er gebeurt in de wereld, en dat met de nodige diepgang en daar heeft dit programma in bijgedragen.

VINK: Daar kan ik mij bij aansluiten, de ontwikkelingen over wat de commissaris doet en zou moeten doen gaan zo snel dat het voor elke commissaris de norm zou moeten z ijn om deze opleiding te volgen. Een moderne commissaris neemt niet meer genoegen met zes keer per jaar een halve avond vergaderen, hij wil meer betrokken zijn bij de onderneming. Ik vind overigens dat de directie die betrokkenheid niet moet beschouwen als inbreuk op haar vrijheden maar als aanvulling op haar kennis en ervaring. Gebruik die adviesfunctie van de commissaris! Een professionele commissaris is goud waard en kost veel minder dan een consultant. Misschien is het een idee om ook een programma voor Raden van Bestuur te starten, waarin zij leren omgaan met de moderne commissaris?

Liesbeth van Laak

Voor meer informatie over het Programma voor Commissarissen en Toezichthouders kunt u contact opnemen met de Program Manager: Mr. Liesbeth van Laak, 010-4082866, esaa-com@ese.eur.nl

Chiel Vink (1956) heeft sociale geografie gestudeerd in Utrecht. Hij is meer dan 25 jaar bij de ABN-AMRO werkzaam geweest. Hij is medeoprichter van het Center for Organizational Performance en adviseert bedrijven en instellingen over High Performance Organizations. Daarnaast heeft Chiel verschillende commissariaten.

Michiel Hardon (1943) heeft econmomie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Michiel werkte voor de overheid (IMFen Ministerie van Financiën) en in het bedrijfsleven (Arcadis) en was tot voor kort financieel directeur van de World Council of Churches in Geneve. Hij is onder meer voorzitter van de Raad van Commissarissen van de Hooge Raedt groep.