Governance als slot op de deur van de Keukenhof

Presentatie

Bestandsnaam Bestandsgrootte
Presentatie_Ferry_Huurman.pdf 5.3 MB

Verslag

Met zo’n 40 VCTE’ers waren we op uitnodiging van Ferry Huisman (Directeur Bedrijfsvoering Keukenhof, lid VCTE) te gast op Keukenhof. Het was duidelijk dat we op de toptijd te gast waren. Ondanks het feit dat het einde van de middag was, was het aantal bezoekers enorm. We zijn ontvangen in het Oranje-Nassau paviljoen, waar Ferry Huisman ons heeft verteld over Keukenhof en vooral ook de langjarig spelende vraagstukken rondom de governance-structuur van deze bijzondere organisatie. Een kort verslag over de historie van Keukenhof, het landgoed en de organisatie, en de ontwikkelingen in de governance-structuur.

Keukenhof
Keukenhof is een landgoed dat al eeuwenlang bestaat. Het heeft meerdere eigenaren gehad, is 260 hectare groot, heeft een kasteel, zo’n 15 monumentale panden en diverse erfpachtgronden. De Keukenhof als bloembollententoonstelling beslaat zo’n 32 hectare van het hele landgoed terrein.

Stichting Bloembollententoonstelling Keukenhof is in 1949 opgericht en is in 1950 als eerste met de bloembollententoonstelling gestart. Het idee was, en is nog steeds, dat deze tentoonstelling een showvenster is voor de sierteelt. Tot op de dag van vandaag hebben telers een eigen stukje grond op het terrein waar zij hun bloembollen kunnen tonen. In totaal zijn 106 telers aan de Keukenhof verbonden, de samenwerking wordt wederzijds gewaardeerd. Er is geen ambitie om te groeien. De opbouw van het terrein van de tentoonstelling wordt jaarlijks ontworpen door de landschapsarchitect in dienst van Keukenhof. De teler kan, wanneer deze een bijzondere bloem wil laten zien, met de landschapsarchitect in overleg om de inrichting van zijn perceel aan te passen. Keukenhof biedt telers meer dan een etalage: een deel van de winst van Keukenhof wordt in het innovatiefonds voor de sierteelt gestort. Daaruit worden innovaties gericht op het vergroten van duurzaamheid en verlagen van de milieudruk gefinancierd. Ook werkt de Keukenhof samen met Wageningen University & Research aan onderzoek en organiseert het bijeenkomsten voor telers.

Keukenhof als bloembollententoonstelling is 53 dagen per jaar open. In deze zeer beperkte tijd worden 1,4 miljoenbezoekers ontvangen. Zo’n 80% hiervan zijn internationale bezoekers. Van alle bezoekers is 40% man en 60% vrouw. En wat opvalt volgens Ferry Huisman, is dat de bezoekers steeds wat jonger worden en dat veel van hen ‘influencer’ zijn: op zoek naar het perfecte plaatje. Een ander bijzonderheidje is dat door de vroege opening in het jaar en de toestroom van internationale bezoekers het toeristenseizoen in Nederland substantieel eerder begint dan in ons omringende landen. Keukenhof heeft 50 medewerkers, waarvan 27 tuinlieden. Alle medewerkers worden betaald, een aantal werkt alleen in en rond de periode dat het park open is. Keukenhof is een regie-organisatie. Een aantal diensten, waaronder schoonmaak, wordt uitbesteed.

Keukenhof heeft een nauwe relatie met de regio. Zo’n 43% van de kosten die Keukenhof maakt, landt in de regio en Keukenhof werkt langjarig met regionale partners. Met de gemeente Lisse wordt goed samengewerkt. Over toegangswegen zijn afspraken gemaakt om de doorgang van de grote toeristenstromen in goede banen te leiden. Afgesproken is dat Keukenhof werkt met tijdsloten voor bezoekers, waardoor een betere spreiding wordt gerealiseerd. Bewoners van de gemeente krijgen op één dag vrije toegang. Regio en medewerkers zijn trots op Keukenhof.

Keukenhof-organisatie
Na het overlijden van de laatste kasteelheer van het landgoed is in 2003 de Stichting Kasteel Keukenhof opgericht die verantwoordelijk werd voor de instandhouding en exploitatie van het landgoed. Daarnaast bestond nog steeds de Stichting Bloembollententoonstelling. De samenwerking tussen de bloembollententoonstelling en het landgoed was stroef. Deze escaleerde in 2014-2015. De tentoonstelling was en bleef financieel succesvol en droeg alleen een beperkt huurbedrag af aan het landgoed. Ondertussen verkeerde het landgoed in zwaar weer, onder andere door de oplopende kosten voor onderhoud.

Het huurconflict vloog uit de bocht, waarna de bloemententoonstelling de huur heeft opgezegd. Door bemiddeling van de burgemeester van Lisse is een uitweg gevonden: beide stichtingen zijn in 2016 gefuseerd in de Stichting Graaf Carel van Lynden, genoemd naar de laatste eigenaar. Deze stichting heeft een 100% belang in Keukenhof BV. Keukenhof BV voert namens de stichting de exploitatie van landgoed Keukenhof, met alle activiteiten die daarbij horen. Op hoofdlijnen zijn dat: 1) De bloemententoonstelling; 2) Kasteel Keukenhof (met als activiteiten rondleidingen, museale functie, beeldententoonstelling, kinderboerderij, bruiloften en partijen, evenementen); 3) Het beheer van Landgoed Keukenhof, waaronder bos- en terreinonderhoud, gebouwenonderhoud, verpachting van gebouwen en gronden.

Deze nieuwe organisatie kreeg een Raad van Toezicht, een bestuur en een directie. De directie is verantwoordelijk voor het beheer van het landgoed en de bloembollententoonstelling, het bestuur heeft de aandelen en is verantwoordelijk voor de strategie en de benoeming van de directie en de Raad van Toezicht ziet toe en benoemt het bestuur.

Deze gekozen oplossing bleek geen gelukkige. Er bleef wederzijds wantrouwen tussen bestuur en directie en weinig vertrouwen van medewerkers in directie; de eerste directeuren moesten voortijdig vertrekken. Achteraf kan worden vastgesteld dat sprake was van onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden. Door de grote betrokkenheid van Keukenhof en telers bij elkaar en de vele bestuur- en directiewisselingen is het bestuur zich te veel met de operatie gaan bemoeien.

​​​​​​​Nieuwe governance
De rust is weergekeerd vanaf 2023. Allereerst met de benoeming van de algemeen directeur (Sandra Bechtholt), in 2024 aangevuld met de directeur bedrijfsvoering (Ferry Huisman). Op dit moment is sprake van een gezonde organisatie. De directie is tevreden met z’n tweeën de directie te voeren, er is nu sprake van collegiaal bestuur van Keukenhof BV. De tijd werd rijp geacht om de governance-structuur opnieuw te herijken. Hiervoor zijn door Ferry Huisman de volgende aanleidingen genoemd:

  • Er is nu sprake van een tweehoofdige directie
  • Er is behoefte aan meer duidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheidsverdeling
  • De directie pakt eigen verantwoordelijkheden op, rol van het bestuur is minder groot geworden
  • Het bestuur heeft besloten een non-executive rol te gaan hanteren, maar een deel van het bestuur blijft dat moeilijk vinden
  • Het wantrouwen van het bestuur richting directie en ook van directie naar bestuur is toegenomen.
  • De behoefte aan het vergroten van afstand tussen bestuur en directie is toegenomen.

Raad van Toezicht, bestuur en directie zijn met elkaar het gesprek aangegaan over de best passende governancestructuur. Een lid van het bestuur en de directie zijn hierbij betrokken. Het proces wordt begeleid door een jurist, met veel ervaring in governance vraagstukken. Door haar inbreng zit er vaart in het proces, maar het oude zeer speelt steeds opnieuw op. Diverse modellen zijn de revue gepasseerd:

  • De RvC en bestuur hebben een personele unie
  • One tier-model
  • Holding-model, waar het bestuur de aandelen van de BV in handen heeft en de RvC toeziet op bestuur en BV en waar bestuur en RvC een personele unie kennen.

De keuze is gemaakt voor een model waarin de directie van Keukenhof BV (landgoed en bloembollententoonstelling) de verantwoordelijkheid heeft voor strategie en uitvoering. De RvC ziet toe op de BV en het Bestuur is 100% aandeelhouder en benoemt de directie. Bestuur en RvC hebben een personele unie. De nieuwe statuten worden nu uitgewerkt, evenals een directiereglement.

Er zijn ook nu diverse uitdagingen in en voor de nieuwe governancestructuur:

  • Gaat het zo echt werken in de praktijk?
  • Kan rolvastheid behouden blijven?
  • Moet de strategische/innovatiecommissie blijven bestaan?
  • Als betrokken bestuurders/directie vertrekken, wat betekent dit voor de structuur, profielen en dergelijke?
  • Kan de directie een stap naar voren doen?
  • Kan de strategische discussie goed worden gevoerd, kan tegenspraak worden georganiseerd?

Het wenkende perspectief is dat sprake is van transparantie in rollen, dat er periodieke evaluaties zijn en dat toezicht echt onafhankelijk is.